Cliëntgezwicht werken…. Afdrukken E-mailadres

Door Frans Hoogland

Eerder dit jaar haalde de “stopwatch” methode het landelijk nieuws en bezorgde de betreffende organisatie een slechte pers. Zorg met de stopwatch in de hand voldoet duidelijk niet aan onze maatschappelijke opvattingen over de zorg aan onze ouderen. Dat doet echter niets af aan het feit dat tijd als productiefactor een schaars goed is. De medewerker is degene die deze tijd ”uitgeeft”, als ze haar al dan niet geplande (zorg)routes loopt. Daar staat zij aan de verleiding bloot meer tijd aan een cliënt te besteden dan feitelijk verantwoord kan worden. Of, zoals één van onze relaties regelmatig opmerkt, ze werkt dan niet cliëntgericht maar cliëntgezwicht. Cliënten doen dan een zodanig appèl op haar, dat zij meer hulp/zorg biedt dan is afgesproken. Dat is soms heel adequaat maar blijkt even zo vaak teveel van het goede.

Hoe zien deze zorgsituaties eruit?luisteren_klant

  • De medewerker heeft onbewust medelijden met de cliënt. Door deze (gevoelsmatige) bril kijkt ze naar de zorgsituatie. En door deze bril ziet zij uiteraard voornamelijk het afhankelijke gedrag van de cliënt. Dat doet een beroep op haar “reddergevoel”. Zij is degene die deze cliënt het best kan helpen. Vaak nodigt het afhankelijke gedrag van de cliënt de medewerker uit deze bril op te zetten.
  • De cliënt doet een eisend, claimend appèl op de medewerker. De medewerker voelt zich hierin onzeker en handelingsverlegen. En om aan deze gevoelens te ontsnappen gaat ze in op de eisen van de cliënt, maar voelt zich daarbij ongelukkig. Een volgende keer gaat zij waarschijnlijk met deze “onzekerheidsbril” op naar de cliënt, waarna bovenstaande zich herhaalt en haar gevoel wordt bevestigd.
  • De medewerker herkent het afhankelijke of eisende gedrag van de cliënt, maar weet dit niet neutraal, professioneel te beantwoorden. Ze verzeilt in een machtstrijd met de cliënt en houdt een naar gevoel over aan het feit dat ze niet voldoende heeft kunnen of willen doen of omdat ze weer gezwicht is voor de cliënt.


Zodra een medewerker zich bewust is vanuit welke “bril” zijzelf de verschillende situaties waarneemt kan ze zich rekenschap van haar handelingen geven. Dat helpt de medewerker om te kunnen communiceren vanuit de positie: ik ben OK en jij bent OK. Om haar te helpen een andere bril op te zetten en deze positie in te nemen zijn een aantal gesprekstechnieken voorhanden. Zij zijn erop gericht positief aan te sluiten bij het gevoel dat de cliënt op dat moment aangeeft. Vervolgens benoemt ze de mogelijkheden en grenzen van haar hulp.

(Overigens is in bovenstaande het woord cliënt eenvoudig te vervangen door medewerker, leerling, mantelzorger etc………..).

 
 

Aanmelden nieuwsbrief

E-mailadres:

Naam:

Functie:

Locatienaam: